Programma: 5. WMO, Jeugdzorg en Participatiewet | |||||||
Bedragen x € 1.000,- | 2024 | 2025 | 2026 | 2027 | |||
---|---|---|---|---|---|---|---|
Mutaties per taakveld | |||||||
6.1 Samenkracht en burgerparticipatie | |||||||
6.2 Toegang en eerstelijnsvoorzieningen | -82 | 106 | |||||
6.3 Inkomensregelingen | -224 | ||||||
6.4 WSW en beschut werk | 72 | 15 | 15 | 15 | |||
6.5 Arbeidsparticipatie | 74 | ||||||
6.6 Maatwerkvoorziening (WMO) | 165 | 165 | 179 | 194 | |||
6.71A Hulp bij huishouden (WMO) | 29 | 58 | |||||
6.71B Begeleiding (WMO) | 355 | 355 | 376 | 398 | |||
6.71C Dagbesteding (WMO) | 7 | 14 | |||||
6.71D Overige maatwerkarrangementen (WMO) | |||||||
6.72A Jeugdhulp begeleiding | 500 | 300 | 300 | 300 | |||
6.72B Jeugdhulp behandeling | -60 | -60 | 640 | 640 | |||
6.72C Jeugdhulp dagbesteding | -30 | 60 | 60 | 60 | |||
6.72D Jeugdhulp zonder verblijf overig | -200 | -200 | -200 | -200 | |||
6.73A Pleegzorg | |||||||
6.73B Gezinsgericht | -200 | -200 | -200 | -200 | |||
6.73C Jeugdhulp met verblijf overig | 300 | 300 | 300 | 300 | |||
6.74A Jeugdhulp behandeling GGZ zonder verblijf | 325 | 325 | 325 | 325 | |||
6.74B Jeugdhulp crisis/LTA/GGZ-verblijf | -150 | -150 | -150 | -150 | |||
6.74C Gesloten plaatsing | 300 | 300 | 300 | 300 | |||
6.81A Beschermd wonen (WMO) | -250 | 250 | |||||
6.81B Matschappelijke- en vrouwenopvang (WMO) | |||||||
6.82A Jeugdbescherming | -107 | -50 | -50 | -50 | |||
6.82B Jeugdreclassering | |||||||
7.1 Volksgezondheid | |||||||
Totaal mutaties per programma | 788 | 1.516 | 1.931 | 2.005 |
Analyse van het verschil tussen begroting na wijziging en rekening |
---|
Diverse taakvelden
Het betreft een financieel effect dat diverse taakvelden betreft. Het financieel effect is bij deze verzameld onder één noemer. Dat betekent echter wel dat u verschillen kunt aantreffen in de verantwoording per taakveld, omdat in de onderstaande verantwoording per taakveld er geen rekening gehouden is met bijdrage vanuit de Rijkscirculaires. Het financieel effect is wel verwerkt is in de bedragen per taakveld in de tabel hierboven.
Meicirculaire 2024 (incidenteel nadeel € 148.000 in 2024)
Via de meicirculaire 2024 zijn middelen beschikbaar gesteld voor dienstverlening gemeenten aanpak armoede en schulden (taakveld 6.3), werkdrukverlaging jeugdbescherming (taakveld 6.82A) en is de integratie-uitkering participatie bijgesteld (taakveld 6.4). Aangezien de meicirculaire voor de jaarschijven vanaf 2025 reeds in de begroting 2025 en meerjarenraming 2026-2028 is verwerkt, betreft het hier incidentele bijstellingen voor het jaar 2024. Voor taakveld 6.3 betreft het een incidenteel nadeel van € 72.000, voor taakveld 6.82A een incidenteel nadeel van € 43.000 en voor taakveld 6.4 betreft het een incidenteel nadeel van € 33.000. Uiteraard dient dit in relatie gezien te worden met de verhoging van de algemene uitkering. Voor meer informatie over de meicirculaire verwijzen wij u naar de raadsinformatiebrief meicirculaire 2024.
Septembercirculaire 2024 (structureel nadeel € 24.000 in 2024 oplopend naar € 860.000 in 2027)
Via de septembercirculaire 2024 zijn middelen beschikbaar gesteld voor alleenverdienersproblematiek (taakveld 6.3), indexatie Wmo demografie (taakveld 6.6 en 6.71A/B/C), besparingsverlies jeugd (taakveld 6.72B) en bijstelling van de integratie-uitkering participatie (taakveld 6.4). Voor taakveld 6.3 betreft het een incidenteel nadeel van € 24.000 in 2024, voor taakveld 6.6 en 6.71A/B/C betreft het een structureel nadeel van € 72.000 in 2026 oplopend naar € 144.000 in 2027, voor taakveld 6.72B betreft het een structureel nadeel van € 700.000 vanaf 2026 en voor taakveld 6.4 betreft het een structureel nadeel van € 15.000 vanaf 2025. Het structurele nadeel van € 700.000 op taakveld 6.72B betreft het terugdraaien van de taakstelling op jeugd waarvoor nu definitief extra middelen beschikbaar zijn gesteld via de algemene uitkering. Zodoende dienen deze nadelen in relatie gezien te worden met de verhoging van de algemene uitkering. Voor meer informatie over de septembercirculaire verwijzen wij u naar de raadsinformatiebrief septembercirculaire 2024.
Taakveld 6.1 Samenkracht en burgerparticipatie (budgettair neutraal voor 2024)
Ook dit jaar worden in onze gemeente Oekraïense ontheemden opgevangen in gemeentelijke en particuliere opvanglocaties. Van het Rijk hebben we een voorschot van € 2.562.863 ontvangen op basis van 99 gemeentelijke opvangplekken, als vergoeding voor uitvoeringskosten en verstrekkingen van leefgelden. De baten en de lasten zijn hiervoor budgettair neutraal verwerkt in de 1e bestuursrapportage 2024. Door de verbouwing van de opvanglocatie in IJzendoorn en de realisatie van de nieuwe opvanglocatie in Kesteren hebben wij momenteel 119 opvangplekken gerealiseerd. De vergoeding die wij van het Rijk ontvangen zal daarom naar boven bijgesteld worden. Tegelijkertijd stijgen onze kosten ook en wij verwachten dat de wijziging budgetneutraal is. Er zijn nog enkele onzekerheden over de te maken kosten in 2024. Bij de jaarstukken 2024 zal blijken of het Rijksvergoeding voldoende is ter dekking van de kosten. Voor de verbouwing van de opvanglocatie in IJzendoorn en bij het realiseren van de opvang in Kesteren hebben wij eenmalige kosten gemaakt. Deze zogenaamde ‘transitiekosten’ kunnen wij declareren bij het Rijk. Deze wijzigingen is eveneens budgetneutraal.
Taakveld 6.2 Toegang en eerstelijnsvoorzieningen (voordeel incidenteel € 82.000 voor 2024, incidenteel nadeel € 106.000 voor 2025)
Cliëntondersteuning & vroeghulp (voordeel incidenteel € 70.000 voor 2024, nadeel incidenteel € 70.000 voor 2025)
Vanuit het rijk hebben we middelen gekregen ten behoeve van de doorontwikkeling van de onafhankelijke cliëntondersteuning (het Koploperstraject). Hierop is geen terugbetalingsverplichting van toepassing. Deze middelen hebben we dit jaar niet volledig kunnen besteden. De overgebleven middelen 2024 willen we bestemmen naar 2025. In 2025 starten we een inkooptraject voor de onafhankelijke cliëntondersteuning waarmee we inzetten op het verder verbeteren van de kwaliteit, samenwerking en verder inzetten op bekendheid van onafhankelijke cliëntondersteuning. Het voor- en nadeel onder programma 5 dient u relatie te zien met het voor- en nadeel onder programma algemene dekkingsmiddelen, taakveld mutaties in reserves. Daarmee betreft het een budgettair neutrale verwerking in deze bestuursrapportage.
Relatieloket (voordeel incidenteel € 36.000 voor 2024, nadeel incidenteel € 36.000 voor 2025)
Met het budget voor het relatieloket zetten we in op effectieve ondersteuning ter voorkoming van complexe scheidingen/relatiebreuken. Hierbij staat voorop dat we schade bij kinderen ten gevolge van een scheiding/relatiebreuk van ouders zo veel mogelijk willen voorkomen. Om de ondersteuning zo goed mogelijk aan te laten sluiten bij de behoeften van onze inwoners, is er in 2024 veel tijd gestoken in het maken van een plan van aanpak. Dit is tevens de reden dat de middelen dit jaar nog niet zijn besteed. Voor 2024 verwachten we daarom een incidentele onderbesteding.De overgebleven middelen 2024 willen we bestemmen naar 2025. Het voor- en nadeel onder programma 5 dient u relatie te zien met het voor- en nadeel onder programma algemene dekkingsmiddelen, taalveld mutaties in reserves. Daarmee betreft het een budgettair neutrale verwerking in deze bestuursrapportage.
Oplossingsbudget (voordeel incidenteel € 20.000 voor 2024)
Het oplossingsbudget is bedoeld voor kosten die noodzakelijk gemaakt moeten worden voor de ondersteuning van onze inwoners, waarvoor in de Wmo, Jeugdwet of Participatiewet geen rechtsgrond is. Het is onvoorspelbaar hoeveel daar gebruik van gemaakt wordt. Voor 2024 verwachten we een incidentele onderbesteding.
Samenwerkingsovereenkomst Sociaal Domein (nadeel incidenteel 44.000 voor 2024)
De acht gemeenten in de regio Rivierenland hebben een samenwerkingsovereenkomst Sociaal Domein afgesloten. De reeds bestaande samenwerking tussen de gemeenten op diverse opgaven binnen het Sociaal Domein (Jeugdwet, Wmo, IZA/GALA, etc.) wordt hiermee bestendigd. Daarnaast is op 1 juli 2023 een nieuwe DVO met Regio Rivierenland, waar de gemeenten Maasdriel en Zaltbommel gedeeltelijk aan deelnemen. Uit de samenwerkingsovereenkomst en nieuwe DVO vloeien structurele extra kosten voort. Voor 2024 worden deze verwerkt in deze bestuursrapportage. De benodigde middelen vanaf 2025 zijn verwerkt in de begroting 2025 en meerjarenraming 2026-2028. De structureel extra benodigde middelen bestaan uit een structurele correctie van de overhead (€ 15.000) en de inzet van de functies van programmamanager en -secretaris (€ 29.000).
De samenwerkingsovereenkomst Sociaal Domein leidt tot meer overzicht en structuur in de diverse ambtelijke en bestuurlijke gremia. Daarnaast komt er meer inzicht en grip op de kosten van de samenwerking. Er komt een jaarlijks uitvoeringsprogramma met bijbehorend budget, waarmee op voorhand keuzes gemaakt kunnen worden op welke opgaven men zich gaat richten en welke ambtelijke capaciteit en kosten daarbij horen.
Taakveld 6.3 Inkomensregelingen (voordeel incidenteel € 281.000 voor 2024)
Toekomstbestendige uitvoering Participatiewet en Schuldhulpverlening (nadeel incidenteel € 25.000)
In de begroting 2025 en meerjarenraming 2026-2028 heeft u middelen voor 2025 en 2026 beschikbaar gesteld voor de procesbegeleiding en incidentele kosten Werkzaak. Ook in 2024 worden hiervoor kosten gemaakt. Het benodigd budget van € 25.000 voor 2024 ziet u in deze bestuursrapportage verwerkt. Eventuele frictiekosten zijn op dit moment nog niet te kwantificeren. Dit zal bij de nadere uitwerking van het scenario verder duidelijk worden.
Bijzondere bijstand Energietoeslag 2023 (voordeel incidenteel € 131.100 voor 2024)
In de eerste helft van 2024 konden minima die nog niet bij de gemeente bekend zijn (en daardoor niet automatisch de toeslag ontvingen) nog de energietoeslag 2023 aanvragen. Op basis van de ervaring in 2022 is de rijksbijdrage die de gemeente kreeg voor de energietoeslag 2023 verhoogd. Het gebruik van deze regeling is echter lager dan bij de energietoeslag 2022, waardoor niet de gehele bijdrage is benut.
Bijzondere bijstand (voordeel incidenteel € 175.000 voor 2024)
Naar aanleiding van het raadsbesluit tot verruiming van de doelgroep bijzondere bijstand (2022) is het budget voor de verstrekkingen verhoogd. De landelijke maatregelen die getroffen zijn ten behoeve van de koopkracht, hebben een positief effect gehad. De verwachte stijging van uitgaven bleef dan ook uit in 2024.
Taakveld 6.5 Arbeidsparticipatie (nadeel incidenteel € 74.000)
De gemeente Neder-Betuwe heeft, in samenwerking met vier andere gemeenten in de regio, de Gemeenschappelijke Regeling Regio Rivierland belast met de uitvoering van de Wet Inburgering 2021. Op regionaal niveau is een nieuwe dienstverleningsovereenkomst opgesteld voor de uitvoering van deze wet. De kosten voor de uitvoering van de Wet Inburgering 2021 zullen structureel stijgen met € 74.000. Deze stijging is het gevolg van met name het hogere aantal statushouders en gezinsmigranten, wat resulteert in een toename van de benodigde personeelsformatie en dus ook de uitvoeringskosten. In de begroting 2025 en meerjarenraming 2026-2028 heeft u de structureel benodigde middelen vanaf 2025 beschikbaar gesteld.
Taakveld 6.6 Maatwerkvoorziening (WMO) (nadeel structureel € 165.000)
Binnen dit taakveld worden de uitgaven voor vervoersvoorzieningen, woningaanpassingen en
rolstoelvoorzieningen in het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning verantwoord. In de jaarstukken 2023 hebben we het tekort op dit taakveld aangemerkt als incidenteel. Voor 2024 voorzien we wederom een tekort op dit taakveld. We zien dat het aantal aanvragen voor vervoersvoorzieningen blijft stijgen (o.a. voor scootmobielen). Daarnaast zien we dat het aantal woningaanpassingen in lijn is met 2023 en daarmee opnieuw het budget overschrijdt. Als we op basis van deze informatie de lijn van dit jaar doortrekken verwachten we een tekort van € 165.000. In het licht van de maatschappelijke ontwikkelingen (vergrijzing en langer thuis wonen) en de trends, verwachten we dat deze stijging aanhoudt en merken we de overschrijding aan als structureel.
Taakveld 6.71B Begeleiding (WMO) (nadeel structureel € 355.000)
Binnen dit taakveld vallen de uitgaven voor begeleiding in het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning. De kosten voor deze wettelijke taak vallen hoger uit dan begroot. We zien dat het aantal aanvragen voor begeleiding fors stijgt. Ook zien we de gemiddelde kosten per cliënt stijgen. Daarnaast zien we dat de mentale gezondheid van met name jongvolwassenen onder druk staat en het aantal aanvragen voor begeleiding voor jongvolwassenen toeneemt. Een verklaring voor de stijging van de instroom van inwoners bij begeleiding is de ontwikkeling van Beschermd Wonen naar Beschermd Thuis. Inwoners die niet in een woonvorm wonen, maar thuis worden opgevangen, hebben vaak als overbruggingszorg (wachtlijst vooraf) en opvolgend begeleiding nodig.
Taakveld 6.72A Jeugdhulp begeleiding (nadeel structureel € 500.000 voor 2024, vanaf 2025 € 300.000)
Zorgvormen binnen dit taakveld zijn gericht op het oefenen en structureren van dagelijkse vaardigheden, en verzorging in de vorm van ondersteuning bij de Algemeen Dagelijkse Levensverrichtingen (ADL). In 2024 is het aantal jeugdigen dat van deze zorgvormen gebruik maakt, ten opzichte van voorgaande jaren, relatief stabiel gebleven. Wanneer we kijken naar de landelijke jeugdhulpcijfers zit onze gemeente net als de voorgaande jaren onder het landelijke gemiddelde van jeugdhulpgebruik. We zien echter een flinke stijging in de kosten per jeugdige. Deze stijging heeft twee hoofdoorzaken. Allereerst zien we dat de prijzen binnen de jeugdhulp flink zijn gestegen (ongeveer 6% in 2024). Daarnaast zien we sinds dit jaar de trend ontstaan dat zorgaanbieders meer uren vragen én declareren per jeugdige. In 2023 kwamen we ongeveer € 100.000 tekort op dit budget. In 2024 is dit gestegen tot € 500.000. De aankomende tijd gaan we inzetten op het remmen van deze trend. Hiervoor voeren we lokaal én regionaal het gesprek met zorgaanbieders over de omvang van gevraagde zorg. We gaan daarom uit van een incidentele overschrijding van € 500.000 in 2024 en een structurele overschrijding van € 300.000 vanaf 2025.
Taakveld 6.72B Jeugdhulp behandeling (voordeel incidenteel € 30.000 voor 2024, vanaf 2025 nadeel structureel €60.000)
Onder dit taakveld vallen ambulante jeugdhulpvormen. Dat houdt in dat er geen verblijfscomponent in zit. Hierbij kan gedacht worden aan psychotherapie, vaktherapie of de behandeling van gedragsstoornissen. In 2023 zagen we op dit taakveld eveneens een tekort. Ten opzichte van vorig jaar zijn er geen grote verschillen in het aantal jeugdigen dat gebruik maakt van begeleidingsproducten. Wat we wel zien is dat er minder uren worden gedeclareerd dan zijn beschikt. Dit kan gerelateerd zijn aan de verhoogde inzet van begeleidingsuren (zie trend bij taakveld 6.72A). Wanneer we alleen kijken naar de zorgkosten die verantwoord worden op dit budget, verwachten we een structureel tekort van € 60.000. Dit tekort heeft voornamelijk te maken met prijsstijgingen binnen de jeugdzorg.
Het tekort voor 2024 wordt gecompenseerd door een terugvordering bij verschillende zorgaanbieders. In 2020 is in overleg met de gecontracteerde zorgaanbieders besloten tot een bijstelling van het tarief voor dit product. Over 2019 en 2020 wordt een gedeelte van het teveel betaalde tarief nu teruggevorderd. Hierdoor ontstaat er per saldo een incidenteel voordeel van € 30.000 voor 2024.
Taakveld 6.72C Jeugdhulp dagbesteding (voordeel structureel € 60.000)
Zorgvormen binnen dit taakveld zijn voornamelijk dagbesteding of dagactiviteiten. Ten opzichte van 2023 zijn er geen grote verschillen in het aantal jeugdigen dat gebruik maakt van begeleidingsproducten. Wat we wel zien is dat er minder uren worden gedeclareerd dan in de beschikking zijn afgegeven.
Taakveld 6.72D Jeugdhulp zonder verblijf overig (voordeel structureel voordeel € 200.000)
Op dit taakveld kunnen zorgproducten geboekt worden die niet toebedeeld kunnen worden aan de bovenstaande taakvelden Jeugdhulp begeleiding, behandeling den dagbesteding. In de begroting 2023 is het jeugdbudget verdeeld over 12 nieuwe taakvelden naar aanleiding van een verplichte verfijning op basis van gewijzigde verslagleggingsregels. Daarbij zijn de middelen zo realistisch mogelijk toegerekend aan de nieuwe taakvelden. In de praktijk maken we geen kosten ten laste van dit taakveld. De verwachting is dat we het totale geraamde bedrag zullen overhouden.
Taakveld 6.73B Gezinsgericht (voordeel structureel € 200.000)
Onder dit taakveld vallen vormen van verblijf die een gezinssituatie benaderen. Hierbij kan gedacht worden aan logeervoorzieningen of het verblijf van een jeugdige in een gezinshuis. In 2024 zien we een daling in het aantal jeugdigen die gebruik maken van deze producten. De verwachting is dat deze ontwikkeling structureel is en we € 200.000 zullen overhouden.
Taakveld 6.73C Jeugdhulp met verblijf overig (nadeel structureel € 300.000)
Binnen dit taakveld vallen vormen van jeugdhulp waarbij een jongere verblijft op de accommodatie van de jeugdhulpaanbieder. In feite betreft het alle vormen van verblijf die niet onder pleegzorg of gezinsgerichte zorg vallen. Deze vormen van zorg zijn erg kostbaar en er zijn weinig jeugdigen die hier gebruik van maken. Kleine fluctuaties in het aantal jeugdigen dat hier gebruik van maakt, kan grote financiële consequenties hebben. In 2024 is het aantal unieke cliënten dat gebruik maakt van deze voorzieningen gelijk aan 2023. In 2024 zien we echter dat een aantal cliënten langer in zorg blijven, waardoor de kosten zijn gestegen.
Taakveld 6.74A Jeugdhulp behandeling GGZ zonder verblijf (nadeel structureel € 325.000)
Binnen dit taakveld vallen behandelingen in het kader van jeugd-GGZ en kindergeneeskunde. Het aantal jeugdigen dat gebruik maakt van deze zorgvormen is relatief stabiel. We zien echter dat de kosten per jeugdige stijgen. Dit heeft te maken met de prijsstijgingen binnen de jeugdzorg enerzijds en het feit dat er per jeugdige meer uren ingezet worden anderzijds. In 2023 hadden we op dit taakveld een vergelijkbaar nadeel. Vandaar dat we deze overschrijding als structureel aanmerken.
Taakveld 6.74B Jeugdhulp crisis/LTA/GGZ met verblijf (voordeel structureel € 150.000)
Binnen dit taakveld valt jeugdhulp die wegens crisissituaties wordt verleend, landelijk ingekochte jeugdhulp en GGZ-behandeling waarbij er sprake is van verblijf. De laatste jaren zien we een lichte stijging in het aantal jeugdigen dat gebruik maakt van deze zorgvormen, maar tegelijkertijd zien we in 2024 een daling van de gemiddelde kosten per cliënt. Dit lijkt samen te hangen met een verschuiving in de zorgproducten die worden ingezet. In 2024 zijn er tot nu toe minder verblijfsproducten ingezet binnen dit taakveld. Vanaf 2025 verwachten we dat de verwerving van de essentiële functies zal bijdragen aan een daling van het aantal jeugdigen dat gebruik maakt van (hoog)specialistische zorgvormen, waaronder de producten die onder GGZ-verblijf vallen. Hoewel de precieze invloed vooraf lastig te bepalen is, is de verwachting dat we vanaf 2025 structureel budget gaan overhouden op dit taakveld. We gaan daarom uit van een structurele onderbesteding van € 150.000 vanaf 2024.
Taakveld 6.74C Gesloten plaatsing (nadeel structureel € 300.000)
Zorgvormen binnen dit taakveld zijn verblijfsproducten. Hierbij verblijft een jeugdige bij een
jeugdhulpaanbieder op basis van een gerechtelijke machtiging. In de begroting 2023 is het jeugdbudget verdeeld over 12 nieuwe taakvelden naar aanleiding van een verplichte verfijning op basis van gewijzigde verslagleggingsregels. Daarbij zijn de middelen zo realistisch mogelijk toegerekend aan de nieuwe taakvelden. Vóór 2023 was er bijna nooit een gesloten plaatsing en is hiervoor dus geen budget geraamd. In 2024 is er voor het tweede jaar op rij wél een gesloten plaatsing geweest. Omdat dit een zeer kostbare zorgvorm is, heeft een kleine fluctuatie in het aantal jeugdigen een grote invloed op de totale uitgaven. Voorzichtigheidshalve houden we vanaf 2025 rekening met tenminste één gesloten plaatsing. We gaan daarom uit van een structurele overschrijding van € 300.000 vanaf 2024.
Taakveld 6.81A Beschermd wonen (WMO) (voordeel incidenteel € 250.000 voor 2024, nadeel incidenteel € 250.000 voor 2025)
In afwachting van het definitief ingaan van de doordecentralisatie van Beschermd Wonen, ontvangen de regiogemeenten de overgebleven middelen vanuit de centrumgemeente Nijmegen ter bekostiging van het organiseren van lokaal aanbod voor deze doelgroep. Op dit moment is dit aanbod nog in ontwikkeling. Onderdeel van deze plannen zijn onder andere de (door)ontwikkeling van de inloop GGZ en WijkGGZ, lotgenotencontact en het vergoten van kennis over GGZ-problematiek bij de lokale teams. Ook is de ambitie in te zetten op de doorontwikkeling van maatschappelijke opvang en de woonzorgvisie. In 2024 is er sprake van een onderbesteding op dit taakveld. Om onze plannen vanaf 2025 uit te kunnen voeren, is het voorstel het budget te bestemmen voor 2025. Het voor- en nadeel onder programma 5 dient u relatie te zien met het voor- en nadeel onder programma algemene dekkingsmiddelen, taalveld mutaties in reserves. Daarmee betreft het een budgettair neutrale verwerking in deze bestuursrapportage.
Taakveld 6.82A Jeugdbescherming (voordeel incidenteel €150.000 voor 2024, vanaf 2025 voordeel structureel €50.000)
Binnen dit taakveld vallen zorgvoorzieningen voor jeugdigen waarop een jeugdbeschermingsmaatregel van toepassing is. We verwachten dat een groot deel van het geraamde budget niet gebruikt zal worden dit jaar. Het aantal jeugdigen met een jeugdbeschermingsmaatregel is sinds 2021 sterk gedaald. Dit lijkt te echter maken te hebben met de personeelstekorten in de jeugdbescherming, waardoor minder jeugdigen gebruik kunnen maken van deze vorm van hulp. Daarnaast zien we in 2024 dat ook het benuttingspercentage gedaald is. Dit wil zeggen dat er minder kosten worden gedeclareerd dan er worden beschikt. Dit heeft zeer waarschijnlijk ook te maken met de personeelstekorten in de jeugdbescherming. Hierdoor kunnen niet alle uren die worden beschikt ook daadwerkelijk ingezet (en gedeclareerd worden). In 2023 was er tevens sprake van een voordeel op deze taakvelden. We gaan daarom uit van een incidentele onderbesteding van €150.000 in 2024 en een structurele onderbesteding van €50.000 vanaf 2025.