Aan de raad van de gemeente Neder-Betuwe,
Hierbij bieden wij u de tweede bestuursrapportage over het begrotingsjaar 2024 aan. Deze rapportage geeft de voortgang en eventuele afwijkingen aan van de uitvoering van de Begroting 2024 en meerjarenraming 2025-2027, die u in november 2023 heeft vastgesteld. De peildatum voor deze rapportage is 1 oktober 2024, ontwikkelingen die zich tot deze datum hebben voorgedaan, zijn opgenomen.
Verwacht financieel resultaat
De ontwikkelingen in deze bestuursrapportage leiden tot een positieve bijstelling van de financiële positie voor het jaar 2024 van afgerond € 717.000. Een aantal ontwikkelingen werken structureel door. Voor het jaar 2025 zorgt dit voor een negatieve bijstelling van € 1,6 mln. De daaropvolgende jaren is de bijstelling iets lager. Vanaf 2028 is er een negatief financieel effect van € 1,5 mln.
OVERZICHT FINANCIËLE POSITIE | |||||
Begroting | Begroting | Meerjarenraming | |||
2024 | 2025 | 2026 | 2027 | 2028 | |
Begroting 2024 (jaarschijf 2024), | -416.490 | 274.749 | 2.809.342 | 2.683.368 | 2.163.796 |
Doorwerking financiële effecten vastgestelde en concept begrotingswijzigingen | 2.091.559 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Financiële effecten 2e bestuursrapportage 2024 | -717.284 | 1.610.162 | 1.251.222 | 1.454.512 | 1.527.873 |
Totaal | 957.785 | 1.884.911 | 4.060.564 | 4.137.880 | 3.691.669 |
+ = tekort - = overschot |
Financiële ontwikkelingen
Ten opzichte van de eerste bestuursrapportage 2024 laat de voorliggende bestuursrapportage een verbetering van het begrotingsresultaat over 2024 zien. Het bijgestelde begrotingsresultaat over het huidige begrotingsjaar komt op afgerond € 0,9 mln. nadelig uit. De positieve bijstelling wordt vooral veroorzaakt door hogere inkomsten vanuit het Rijk en een voordeel op de financieringslasten. De financiële effecten van de mei- en septembercirculaire 2024, waarover u eerder per raadsinformatiebrief bent geïnformeerd, dragen gezamenlijk voor afgerond bijna € 1,2 miljoen positief bij. Het voordeel op de financieringslasten bedraagt in deze tweede bestuursrapportage ongeveer € 950.000. Dit laatste is hoofdzakelijk het gevolg van het later dan gepland realiseren van uitgaven op lopende investeringskredieten.
Tegenover de voordelen zijn er ook nadelen te melden. Incidenteel betreft dit onder andere nadelen op onze budgetten voor personeelslasten in verband met ziekteverzuim, ICT en een correctie van de werkbegroting 2024 van AVRI-Ibor. Deze afwijkingen worden verderop in deze bestuursrapportage inhoudelijk toegelicht. Omvangrijker en van structurele aard zijn de benodigde bijstellingen van onze budgetten in het sociaal domein. De stijging van de kosten die wij in 2023 zagen, en in eerst instantie als incidenteel hebben aangemerkt, heeft zich in 2024 voortgezet. We volgen daarmee een landelijke trend van steeds verder stijgende zorgkosten. Bij de WMO is dit voornamelijk het gevolg van een toenemend beroep op maatwerkvoorzieningen en begeleiding. Een trend die de komende jaren waarschijnlijk door zal zetten als gevolg van de vergrijzing van de bevolking en het langer zelfstandig thuis wonen. Bij jeugdhulp zien we vooral een stijging van de kosten per jeugdige als gevolg van onder meer prijsstijgingen en zien we dat jongeren bij bepaalde zorgvormen langer in zorg zijn. In combinatie met onvoldoende compensatie voor zowel volume- als prijsontwikkelingen vanuit het Rijk leiden deze ontwikkelingen tot een verslechtering van onze meerjarige financiële positie.
Naast diverse voor- en nadelen die het saldo van de begroting raken worden er in deze bestuursrapportage voor een bedrag van in totaal € 3,1 miljoen voorstellen voor budgetoverhevelingen gedaan. Een totaaloverzicht is opgenomen in het hoofdstuk 'Voorwoord van het college', binnen het onderdeel mutaties in reserves. Deze overhevelingen hebben een budgettair neutraal karakter.
In de bestuursrapportage is ook een aantal bijstellingen in investeringsbudgetten en mutaties in reserves verwerkt. Wanneer dat aan de orde is, vindt u dat terug aan het einde van elk begrotingsprogramma.
Blik naar de komende maanden
De structurele doorwerking van deze 2e bestuursrapportage 2024 verzwaart de toch al aanzienlijke financiële opgave waar we als gemeente op dit moment voor staan. Wij betrekken de financiële ontwikkelingen dan ook bij het lopende ombuigingstraject waartoe uw raad eerder opdracht heeft gegeven. Tijdens de gespreksavond van 19 september jl. hebben wij u over de status van dit traject geïnformeerd. In de komende maanden werken wij mogelijke ombuigingsmaatregelen verder uit, waarover wij in het voorjaar van 2025 vervolgens graag met u het gesprek aangaan. Op basis daarvan zullen wij uw raad bij de Kadernota 2026-2029 een maatregelenpakket voorleggen om de meerjarige financiële positie weer in evenwicht te brengen.
In het licht van voornoemde financiële opgave kan de positieve bijstelling van het begrotingsresultaat over 2024 als een meevaller worden gezien. We hebben nog steeds zicht op een tekort richting het einde van het jaar maar dit tekort is wel kleiner dan eerder verwacht. Tegelijkertijd kijkt het college wél kritisch naar de onderliggende oorzaken van het voordeel dat we nu melden. We zien namelijk dat onze investeringsuitgaven achterblijven bij onze ramingen. Dit roept de vraag op of wij onze investeringen realistisch genoeg plannen. In de afgelopen periode zijn hierin al de nodige stappen gezet. Zo is bij de totstandkoming van het nieuwe Meerjaren Investeringsplan (MJIP) een verfijning op de programmering aangebracht waardoor er meer rekening wordt gehouden met de doorlooptijd van projecten en de tijd die nodig is voor voorbereiding en de daadwerkelijke uitvoering. In aanvulling hierop zullen wij in het kader van de ombuigingen in de komende periode bezien in hoeverre een nadere fasering en/of prioritering van de huidige lopende investeringskredieten aangewezen is.
Tot slot
Wij staan als gemeente niet alleen als het gaat om de financiële uitdagingen vanaf 2026. Alle gemeenten ontvangen vanaf dat jaar fors minder middelen uit het gemeentefonds. Lokaal nemen we hierin onze verantwoordelijkheid en anticiperen we met het ombuigingentraject op de doorgevoerde kortingen. Maar voor het college staat nog steeds voorop dat gemeenten voldoende middelen moeten krijgen om hun taken uit te kunnen voeren. We onderschrijving de stelling van de VNG dat het Rijk in de eerste plaats aan zet is om taken, middelen en ambities van gemeenten duurzaam met elkaar in balans te brengen. Wij blijven in de komende periode de landelijke lobby vanuit de VNG dan ook ondersteunen.
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Neder-Betuwe
De secretaris, | De burgemeester, |
---|---|
Nicolien de Geus - De Bruijn | Jan Kottelenberg |